ECLI:NL:RBALM:2011:BQ2936
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij geschil over levering en betaling tussen faillissementscurator en Duitse wederpartij
De curator in het faillissement van drie Nederlandse besloten vennootschappen vordert betaling van een bedrag van €146.762,93 van de Duitse wederpartij, voortvloeiend uit leveringen van roerende zaken. De wederpartij betwist de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en stelt dat de Duitse rechter bevoegd is. De rechtbank onderzoekt de bevoegdheid aan de hand van Verordening (EG) 44/2001 (EEX-verordening) en het Weens Koopverdrag (CISG).
De rechtbank stelt vast dat er een koopovereenkomst tussen partijen bestaat en dat de levering van goederen plaatsvond in Nederland, waar ook de verkoper is gevestigd. De plaats van uitvoering van de verbintenis, namelijk de betaling van de koopprijs, is volgens artikel 57 lid 1 sub a CISG Pro de plaats van vestiging van de verkoper in Nederland. Hierdoor is de Nederlandse rechter bevoegd op grond van artikel 5 lid 1 sub a EEX Pro.
De exceptie van onbevoegdheid van de Duitse wederpartij wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling, waarbij de Duitse wederpartij in de gelegenheid wordt gesteld te antwoorden.
Het vonnis is gewezen door mr. G.G. Vermeulen en op 20 april 2011 in het openbaar uitgesproken te Almelo.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst de exceptie van onbevoegdheid van de Duitse wederpartij af.