ECLI:NL:RBALM:2011:BQ2101
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- W.K.F. Hangelbroek
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over loonbeslag en misbruik executiebevoegdheid bij alimentatievordering
Partijen zijn voormalige echtelieden met een alimentatieverplichting vastgesteld in 1994. De gedaagde vordert betaling van achterstallige kinderalimentatie over de periode 2004-2009 en heeft loonbeslag gelegd bij de werkgever van eiser. Eiser vordert opheffing of schorsing van het beslag en stelt dat gedaagde misbruik maakt van haar executiebevoegdheid en dat hij door het beslag in een noodtoestand zal verkeren.
De voorzieningenrechter onderzoekt of sprake is van rechtsverwerking door gedaagde, waarbij eiser zich beroept op een brief waarin gedaagde tijdelijk afzag van verdere incasso. Dit wordt door gedaagde betwist en bevestigd dat zij haar rechten niet definitief heeft opgegeven. De rechter oordeelt dat geen bijzondere omstandigheden zijn die rechtsverwerking aannemelijk maken.
Verder wordt beoordeeld of het loonbeslag een noodtoestand veroorzaakt bij eiser. Eiser legt financiële gegevens over, maar slaagt er niet in aannemelijk te maken dat hij naast zijn loon onvoldoende middelen van bestaan heeft. Ook de beslagvrije voet wordt niet vastgesteld omdat eiser in Duitsland woont en niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 475e Rv.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van eiser af en compenseert de proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot opheffing en schorsing van het loonbeslag af wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte noodtoestand en geen rechtsverwerking.