ECLI:NL:RBALM:2011:BQ2007
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- A.R. van der Winkel
- Rechtspraak.nl
Verlof tot tenuitvoerlegging bij lijfsdwang van voorlopige onderhoudsbijdrage na echtscheiding
In deze zaak staat de tenuitvoerlegging van een voorlopige voorziening omtrent onderhoudsbijdrage centraal. De man is verplicht om maandelijks €6.500,- te betalen aan zijn ex-partner voor haar en de minderjarige kinderen. Ondanks verschillende sommaties en pogingen tot executie, voldoet hij niet aan deze verplichting.
De man vordert in reconventie schorsing van de executie wegens een vermeende feitelijke misslag in de berekening van de onderhoudsbijdrage, met name over de verwerking van rekening-courant opnames en belastingaspecten. De rechtbank oordeelt dat inhoudelijke bezwaren tegen de beschikking in deze fase niet aan de orde zijn, tenzij sprake is van misbruik van executiebevoegdheid, hetgeen niet is aangetoond.
De man heeft onvoldoende onderbouwd dat hij niet in staat is de onderhoudsbijdrage te betalen. De rechtbank bevestigt het uitgangspunt dat de situatie tijdens het huwelijk zoveel mogelijk moet worden gecontinueerd. Daarom wordt verlof verleend om de beschikking van 3 mei 2010 ten uitvoer te leggen bij lijfsdwang, waarbij de man maximaal 30 dagen in gijzeling kan worden gesteld totdat de maandelijkse bijdrage is voldaan.
De vorderingen van de man in reconventie worden afgewezen en de proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd. Het vonnis is uitgesproken door de voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo op 28 maart 2011.
Uitkomst: Verlof verleend tot executie bij lijfsdwang van de voorlopige onderhoudsbijdrage van €6.500 per maand met afwijzing van de reconventionele vorderingen.