ECLI:NL:RBALM:2011:BP5563
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank en rechtmatigheid retentierecht bij bouwgrond
Eiseres, Attent Thuiszorg B.V., kocht een stuk bouwgrond aan de Dorpsstraat te Hellendoorn met het doel een zorgvilla te bouwen. Gedaagde was als laagste inschrijver aangesteld als hoofdaannemer voor het bouwkundig gedeelte. Na diverse bouwvergaderingen en het intrekken van de bouwvergunning ontstond een geschil over de betaling van voorbereidingskosten en het uitoefenen van retentierecht door gedaagde.
Attent stelde dat geen aannemingsovereenkomst tot stand was gekomen vanwege de afhankelijkheid van de bouwvergunning en betwistte de factuur en het retentierecht. Gedaagde voerde aan dat er wel een overeenkomst was en dat zij recht had op vergoeding van de gemaakte kosten, en dat het retentierecht rechtmatig werd uitgeoefend.
De rechtbank oordeelde dat het arbitragebeding in de Uniforme Administratieve Voorwaarden 1989 niet leidde tot onbevoegdheid van de rechtbank in dit kort geding, omdat geen specifieke bouwrechtelijke deskundigheid vereist was. Verder stelde de rechtbank vast dat er een overeenkomst was gesloten zonder voorbehoud voor de bouwvergunning en dat gedaagde rechtmatig het retentierecht uitoefende op het perceel dat zij had omheind.
De vordering van Attent om het perceel te ontruimen werd daarom afgewezen en Attent werd veroordeeld in de kosten van de procedure.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Attent af en bevestigt het rechtmatig uitoefenen van het retentierecht door gedaagde.