ECLI:NL:RBALM:2011:BP5026
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Elferink
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel WAHV
Betrokkene kwam in verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel dat was uitgevaardigd door de officier van justitie te Leeuwarden op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). Het verzet richtte zich op de rechtmatigheid van het dwangbevel en de bevoegdheid van het CJIB en de officier van justitie.
De kantonrechter overwoog dat het verzet niet gericht kan zijn tegen de administratieve sanctie zelf, die betrokkene had ontvangen maar niet tijdig had bestreden via het juiste beroepskanaal bij de officier van justitie. Hierdoor wordt aangenomen dat de sanctie rechtsgeldig is opgelegd. De procedure beperkt zich tot de toetsing van de rechtmatigheid van het dwangbevel.
Verder oordeelde de rechtbank dat het dwangbevel rechtsgeldig is uitgevaardigd door de bevoegde officier van justitie te Leeuwarden en dat het CJIB geen bevoegdheid heeft tot het opleggen van een dwangbevel, maar wel een ondersteunende taak vervult bij de inning. Het dwangbevel voldeed aan de wettelijke eisen, waaronder de digitale ondertekening en juiste betekening door een deurwaarder.
Gezien deze overwegingen werd het verzet ongegrond verklaard en het dwangbevel gehandhaafd.
Uitkomst: Het verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel wordt ongegrond verklaard.