ECLI:NL:RBALM:2011:BP2173
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- H.R.K. Valk
- Rechtspraak.nl
Nietigheid concurrentiebeding wegens ontbreken schriftelijkheidsvereiste bij verlenging arbeidsovereenkomst
De werknemer trad op 1 april 2007 in dienst bij de werkgever met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, waarin een concurrentiebeding was opgenomen. Na verlenging en omzetting van de arbeidsovereenkomst tot onbepaalde tijd, werd niet voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste voor het concurrentiebeding. De werkgever hield de werknemer aan het concurrentiebeding terwijl de werknemer een aanbod had om bij een concurrent te gaan werken.
De kantonrechter overweegt dat het concurrentiebeding een zware beperking inhoudt voor de werknemer en dat de werkgever zich aan de formele vereisten moet houden. Bij de verlenging en omzetting van de arbeidsovereenkomst is onvoldoende schriftelijk bevestigd dat het concurrentiebeding van kracht blijft. Hierdoor is het beding niet geldig.
De werknemer vordert een verbod aan de werkgever om hem te belemmeren bij indiensttreding bij de concurrent, een vergoeding wegens niet uitbetaalde dertiende maand en een vergoeding voor het niet kunnen gebruiken van een leaseauto. De kantonrechter wijst het verbod en de vergoeding voor de dertiende maand toe, maar wijst de leaseautovergoeding af wegens onvoldoende bewijs.
De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van € 2350,00 bruto met wettelijke verhoging en rente, en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Concurrentiebeding niet geldig wegens ontbreken schriftelijkheidsvereiste; werkgever verboden werknemer te belemmeren bij indiensttreding bij concurrent; vergoeding dertiende maand toegewezen.