ECLI:NL:RBALM:2011:BP0709
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen inzake verkoop en huurwoning tussen vader en zoon
In deze zaak vordert eiser, de vader, dat gedaagde, zijn zoon, wordt veroordeeld af te zien van de verkoop van de woning waar eiser woont en tot het aangaan van een huurovereenkomst tegen een door eiser gewenste huurprijs. De woning was onderdeel van een ontbonden maatschap en eiser woont er levenslang op basis van een notariële akte met huurbescherming. Gedaagde wil de woning verkopen vanwege financiële redenen, maar partijen zijn het niet eens over de huurvoorwaarden.
De voorzieningenrechter constateert dat partijen ter zitting overeenstemming hebben bereikt over de essentiële elementen van een huurovereenkomst, waaronder het object en de kale huurprijs van €600 per maand. Hierdoor is de dreiging van verkoop zonder huurbescherming komen te vervallen en ontbreekt het spoedeisend belang voor de gevorderde voorzieningen.
Ook de vorderingen in reconventie van gedaagde, waaronder ontruiming en betaling van gebruiksvergoedingen, worden afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisendheid. Gezien de familiale relatie en de afloop van de procedure compenseert de voorzieningenrechter de proceskosten, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af omdat partijen een huurovereenkomst zijn overeengekomen en het spoedeisend belang is komen te vervallen.