ECLI:NL:RBALM:2010:BO9506
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming voor noodzakelijke medische behandeling minderjarige met acute lymfatische leukemie
Bureau Jeugdzorg verzocht de kinderrechter om vervangende toestemming te verlenen voor de noodzakelijke medische behandeling van een minderjarige die lijdt aan acute lymfatische leukemie (ALL). De moeder, als gezaghebbende ouder, weigerde toestemming voor de behandeling, terwijl de minderjarige twaalf jaar of ouder is en niet in staat wordt geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen.
De kinderoncoloog verklaarde dat het niet tijdig geven van chemotherapie levensbedreigend is en dat het uitstellen van de behandeling de genezingskans aanzienlijk vermindert. De Raad voor de Kinderbescherming onderschreef het verzoek van Bureau Jeugdzorg. De kinderrechter constateerde een lacune in de wetgeving omtrent vervangende toestemming voor minderjarigen van twaalf jaar en ouder die niet in staat zijn hun belangen te beoordelen.
De minderjarige gaf aan beter te willen worden, maar ondervond praktische problemen zoals misselijkheid en voorkeur voor behandeling dichter bij huis. De kinderrechter achtte de minderjarige niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen en vond dat het belang van de minderjarige vergt dat de noodzakelijke medische behandeling doorgang vindt om ernstig gevaar voor zijn gezondheid te voorkomen.
De kinderrechter verleende daarom, met analoge toepassing van artikel 1:264 BW Pro, vervangende toestemming voor de medische behandeling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: De kinderrechter verleent vervangende toestemming voor de noodzakelijke medische behandeling van de minderjarige met acute lymfatische leukemie.