ECLI:NL:RBALM:2010:BO6521

Rechtbank Almelo

Datum uitspraak
1 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
115748 KG ZA 10-280
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbod op openbaarmaking muziekwerken zonder licentie en veroordeling tot betaling auteursrechtvergoeding

Buma, als belangenbehartiger van componisten en muziekuitgevers, vordert dat de exploitant van Café de Beurs wordt verboden muziekwerken uit het Buma-repertoire openbaar te maken zonder licentie. Tevens vordert Buma betaling van een vergoeding wegens eerdere onrechtmatige openbaarmaking.

De exploitant is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. Tijdens een controle op 18 augustus 2010 is geconstateerd dat muziekwerken uit het Buma-repertoire werden gespeeld zonder toestemming. Deze feiten worden als vaststaand aangenomen.

De voorzieningenrechter verbiedt de exploitant om zonder licentie muziek van Buma ten gehore te brengen en legt een dwangsom op bij overtreding, met een maximum van € 20.000. Daarnaast wordt de exploitant veroordeeld tot betaling van € 792,25 plus wettelijke rente en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Exploitant wordt verboden muziek uit Buma-repertoire zonder licentie te spelen en veroordeeld tot betaling van vergoeding, rente, dwangsommen en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO
Sector Civiel
zaaknummer: 115748 KG ZA 10-280
datum vonnis: 1 december 2010 (rpj)
Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:
Vereniging
Vereniging Buma,
statutair gevestigd te Amstelveen,
eiseres,
verder te noemen: Buma,
advocaat: mr. S.R.M.T. Janssen te Amsterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende althans zaakdoende te [woonplaats[, [adres],
gedaagde,
verder te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.
Het procesverloop
[Gedaagde] is te dienende dage niet in rechte verschenen, waarna tegen hem verstek is verleend.
Buma heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.
De zaak is behandeld ter terechtzitting van 25 november 2010. Ter zitting zijn verschenen:
- mr. S.R.M.T. Janssen,
- de heer [S.], relatiemedewerker van Buma.
De vordering is toegelicht.
Het vonnis is bepaald op vandaag.
De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing
1. Bij de dagvaarding zijn de wettelijke formaliteiten in acht genomen.
2. In deze zaak staat het navolgende vast.
Buma behartigt binnen Nederland de materiële en immateriële belangen van componisten, tekstschrijvers en muziekuitgevers. Buma is belast geworden met het verlenen van toestemming voor de openbaarmaking van de muziekwerken, alsmede met de inning van de vergoedingen die daarvoor zijn verschuldigd door degene die openbaar maakt. Ook voor buitenlandse zusterorganisaties verzorgt Buma de inning binnen Nederland.
[Gedaagde] heeft een onderneming aan de [adres] in [vestigingsplaats] genaamd “Cafe de Beurs”.
3. Buma stelt dat [gedaagde] ondanks diverse uitdrukkelijke aanmaningen, zich niet heeft voorzien van auteursrechtelijk vereiste toestemming om de tot het repertoire van Buma behorende composities openbaar te maken, terwijl moet worden aangenomen dat bij het ten gehore brengen van muziek in het door [gedaagde] geëxploiteerde cafe in Almelo regelmatig van het Buma–repertoire gebruik wordt gemaakt. Op 18 augustus 2010 is de onderneming van [gedaagde] bezocht door een medewerker van Buma. Tijdens dit bezoek is door deze medewerker een inbreuk op de door Buma beheerde werken geconstateerd (“Need You Now” en “Love is like a Heatwave”).
Buma vordert, uitvoerbaar bij voorraad, dat [gedaagde] wordt verboden om in zijn lokaliteiten en / of bedrijfs- en / of praktijkruimten in het kader van haar beroepsbeoefening of bedrijfsvoering enig muziekwerk behorende tot het Buma repertoire ten gehore te laten brengen of anderszins openbaar te maken met ingang van de datum waarop het vonnis zal zijn gewezen voor zover [gedaagde] daartoe geen licentie van Buma heeft verkregen. Dit alles op straffe van een dwangsom van € 500,-- per keer dat [gedaagde] aan dit verbod geen gehoor zal geven.
Buma vordert voorts [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 792,25, zijnde het bedrag dat [gedaagde] is verschuldigd aan Buma wegens het openbaar maken van haar repertoire te vermeerderen met de wettelijke rente over € 660,21 te rekenen vanaf 25 oktober 2010 tot de dag der algehele voldoening. Als laatste vordert Buma om [gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding.
4. Nu [gedaagde] niet ter zitting is verschenen moeten deze feiten en omstandigheden als vaststaand worden aangenomen. Deze omstandigheden rechtvaardigen de conclusie dat het gevorderde kan worden toegewezen, met dien verstande dat aan het totaal van de te verbeuren dwangsommen een maximum wordt verbonden.
5. [Gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding worden veroordeeld.
De beslissing
De voorzieningenrechter:
I. Verbiedt [gedaagde] om in zijn onderneming “Cafe de Beurs” in het kader van haar beroepsbeoefening of bedrijfsvoering enig muziekwerk behorende tot het repertoire van Buma ten gehore te laten brengen of anderszins openbaar te maken met ingang van de datum van het vonnis, voor zover [gedaagde] daartoe geen licentie van Buma heeft verkregen.
II. Veroordeelt [gedaagde] om bij elke overtreding van het onder I. genoemde verbod aan Buma een dwangsom te betalen van € 500,-- (vijfhonderd euro), zulks tot een maximum van € 20.000,-- (twintigduizend euro).
III. Veroordeelt [gedaagde] om aan Buma te betalen de som van € 792,25 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 660,21 te berekenen vanaf 25 oktober 201008 tot de dag der algehele voldoening.
IV. Veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Buma begroot op € 633,89 aan verschotten en € 527,-- aan salaris van de advocaat.
V. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. U. van Houten, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 december 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.