ECLI:NL:RBALM:2010:BO4666
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot nakoming huurovereenkomst wegens ontbreken overeenstemming
Partijen waren in onderhandeling over een huurovereenkomst voor kantoorruimte aan het Prins Bernhardplantsoen 204 te Hengelo, inclusief drie parkeerplaatsen. Perron stelde dat op 30 augustus 2010 een definitief voorstel van Quotiënt was aanvaard, waarmee een huurovereenkomst tot stand zou zijn gekomen. Quotiënt betwistte dit en stelde dat de onderhandelingen waren afgebroken en dat het voorstel slechts een onderhandelingstechniek was, mede vanwege een voorbehoud omtrent een AFM-vergunning.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de kern van het geschil is of een huurovereenkomst tot stand is gekomen. Hoewel Perron stelde dat de essentialia waren overeengekomen, wees de rechter op een slotvoorwaarde in de brief van 30 augustus 2010 waarin werd gesteld dat de overeenkomst onherroepelijk zou zijn na ondertekening door beide partijen. Dit onderstreepte dat de overeenkomst nog niet definitief was.
De voorzieningenrechter vond dat nader bewijs nodig is om vast te stellen of een huurovereenkomst is gesloten, maar dat deze procedure zich daar niet toe leent. Daarom werden de vorderingen van Perron afgewezen en werd zij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van Perron worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het tot stand komen van een huurovereenkomst.