ECLI:NL:RBALM:2010:BO4649
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- G.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot verstrekking sleutel poort bij erfdienstbaarheid recht van overpad
In deze zaak staat centraal het recht van overpad dat bij notariële akte van 12 maart 1964 is gevestigd ten behoeve van eiser over het erf van gedaagde. Gedaagde had een poort geplaatst die de toegang tot de gang afsluit, waardoor eiser niet meer over het pad kan lopen en geen sleutel van de poort heeft.
Eiser vordert dat gedaagde wordt veroordeeld om binnen 14 dagen een sleutel van de poort te verstrekken, zodat hij deze kan dupliceren, en dat bij niet-naleving een dwangsom wordt opgelegd. Tevens vordert eiser herstel in de oude toestand indien gedaagde blijft beletten het recht van overpad uit te oefenen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de erfdienstbaarheid nog steeds bestaat, omdat gedaagde niet heeft aangetoond dat deze is opgeheven, beëindigd door vermenging of afstand. Het enkele feit dat gedaagde de poort plaatste en eiser niet betaalde, leidt niet tot beëindiging van het recht. De vorderingen worden grotendeels toegewezen, met een maximale dwangsom van €10.000 voor het niet verstrekken van de sleutel. De gevorderde dwangsom voor het afgesloten houden van de poort wordt afgewezen omdat deze reeds wordt bestreken door de dwangsom voor het niet verstrekken van de sleutel.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot het verstrekken van een sleutel binnen 14 dagen en herstel van de oude toestand bij blijvende belemmering, met dwangsommen en proceskostenveroordeling.