ECLI:NL:RBALM:2010:BO3261
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- E.C.M. August de Meijer
- Rechtspraak.nl
Schorsing en matiging concurrentie- en relatiebeding na onregelmatige opzegging arbeidsovereenkomst
De werknemer trad in maart 2009 in dienst bij Le Vin met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, inclusief een concurrentie- en relatiebeding van twee jaar. Na een tweede contract met een lager salaris in maart 2010, wilde de werknemer het dienstverband per 15 september 2010 beëindigen, maar gebruikte een onjuiste opzegtermijn. Le Vin beëindigde het contract per 19 augustus 2010 en stelde dat het concurrentie- en relatiebeding geldig bleef.
De werknemer vorderde in kort geding de schorsing van deze bedingen wegens een schadeplichtige opzegging door de werkgever, en subsidiair matiging op grond van redelijkheid en billijkheid. De kantonrechter oordeelde dat de beëindiging, hoewel onregelmatig, niet schadeplichtig was omdat beide partijen uitgingen van beëindiging per 15 september 2010. Hierdoor bleef het concurrentie- en relatiebeding geldig.
Wel matigde de kantonrechter het beding tot een periode gelijk aan de duur van het tweede contract, namelijk vijf maanden vanaf 19 augustus 2010, omdat de werknemer geen opleiding had genoten, het salaris was verlaagd en hij financieel gebaat was bij een snellere beëindiging. De vorderingen tot loonbetaling en schadeloosstelling werden afgewezen wegens ongeschiktheid voor kort geding.
De kantonrechter verbood de werknemer om in strijd met het beding te handelen tot 19 januari 2011, met een dwangsom bij overtreding. Proceskosten werden gecompenseerd. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De werking van het concurrentie- en relatiebeding wordt gematigd tot vijf maanden na beëindiging van het dienstverband, met een verbod op overtreding en dwangsom.