ECLI:NL:RBALM:2010:BO2912
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.J. Vos
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag van directieassistente wegens vervallen functie
Eiseres, een 58-jarige directieassistente met een dienstverband sinds 1996, werd ontslagen wegens het vervallen van haar functie. Zij vorderde een schadevergoeding van ruim €89.000 tot bijna €394.000 bruto, stellende dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege haar slechte positie op de arbeidsmarkt en het ontbreken van passende voorzieningen.
Teha stelde dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was, verwijzend naar jurisprudentie waarin werd bevestigd dat het ontbreken van een vergoeding na een ontslagvergunning niet automatisch tot kennelijk onredelijk ontslag leidt. Tevens voerde Teha aan dat haar financiële situatie slecht was en dat het sociaal plan van toepassing was, waarin geen vergoeding voor afvloeiing was opgenomen.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag inderdaad kennelijk onredelijk was, mede vanwege het verschil in behandeling met een collega die wel een vergoeding ontving en het ontbreken van passende voorzieningen voor overheadmedewerkers in het sociaal plan. Echter, gezien de zeer beperkte financiële draagkracht van Teha, werd de schadevergoeding vastgesteld op €11.500 bruto, gelijk aan de vergoeding die een andere werknemer ontving.
De vordering tot incassokosten werd afgewezen, en Teha werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Ontslag werd kennelijk onredelijk verklaard en Teha veroordeeld tot betaling van €11.500 bruto schadevergoeding.