ECLI:NL:RBALM:2010:BO0519
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- H.J. Vos
- Rechtspraak.nl
Loonvordering en reïntegratieplicht werknemer na armblessure
De werknemer, werkzaam als verkoopmedewerker, liep een breuk aan haar linkerarm op en was daardoor tijdelijk arbeidsongeschikt. De bedrijfsarts adviseerde aanvankelijk volledige arbeidsongeschiktheid tot eind augustus, maar wijzigde later het advies en achtte de werknemer geschikt voor representatieve werkzaamheden gedurende enkele uren per dag. De werkgever stelde een aangepast werkschema op, maar de werknemer weigerde dit vanwege onbekendheid met het gewijzigde advies en spanningsklachten.
De werkgever hield daarop het loon gedeeltelijk in vanaf 29 juli 2010, met het argument dat de werknemer niet meewerkte aan haar reïntegratieplicht. De werknemer stelde dat zij met toestemming op vakantie was gegaan en zich beschikbaar had gesteld voor werkhervatting conform het oorspronkelijke advies van de bedrijfsarts. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever onterecht het loon had opgeschort, mede door een communicatieprobleem waarbij de werknemer niet op de hoogte was gesteld van het gewijzigde advies van de bedrijfsarts.
De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van het loon vanaf 29 juli 2010 tot het einde van de arbeidsovereenkomst, met aftrek van reeds betaalde bedragen. De proceskosten werden gecompenseerd en verdere vorderingen, zoals vakantietoeslag en buitengerechtelijke kosten, werden afgewezen. De kantonrechter benadrukte dat partijen het overleg moeten hervatten en dat een gedwongen werkhervatting niet in het belang van partijen is.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van loon vanaf 29 juli 2010 tot einde arbeidsovereenkomst wegens onterechte looninhouding.