ECLI:NL:RBALM:2010:BO0380

Rechtbank Almelo

Datum uitspraak
12 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/700111-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 346 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening onderzoek naar verdachte en verzoek om nadere informatie over TBS met voorwaarden

De rechtbank Almelo heeft op 12 oktober 2010 besloten het strafrechtelijk onderzoek naar de verdachte te heropenen omdat het onderzoek naar zijn persoon niet volledig was. De rechtbank baseerde dit op de Pro Justitia rapportages van juli 2010, waarin de rapporteurs uiteenlopende meningen hadden over de wijze waarop recidive kan worden teruggedrongen en de juridische kaders voor behandeling.

Er werd uitgebreid stilgestaan bij de effectiviteit en ethische aspecten van de maatregel tot terbeschikkingstelling (TBS), waarbij werd geconstateerd dat TBS niet altijd positief uitpakt voor personen met de problematiek van de verdachte. Tegelijkertijd werd erkend dat een voorwaardelijke maatregel beperkingen kent in het terugdringen van recidive.

Vanwege deze onzekerheden verzocht de rechtbank de reclassering een maatregelenrapport op te stellen waarin de voorwaarden voor een eventuele TBS met voorwaarden nader worden uitgewerkt. Het onderzoek wordt binnen drie maanden hervat op een nader te bepalen tijdstip, waarbij de verdachte wordt opgeroepen voor een nadere zitting.

Uitkomst: Het onderzoek naar de verdachte wordt heropend en de rechtbank verzoekt om nadere informatie over TBS met voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO
Parketnummer: 08/700111-10
INTERLOCUTOIR VONNIS STRAFZAKEN
De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken:
Gelet op het onderzoek ter terechtzitting van 28 september 2010 in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1984],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in PI Flevoland, HvB Almere Binnen in Almere;
Onder de beraadslaging is de rechtbank gebleken dat het onderzoek naar de persoon van verdachte niet volledig is geweest. De rechtbank heeft kennis genomen van de omtrent verdachte opgemaakte Pro Justitia rapportages, d.d. 20 juli 2010 respectievelijk 24 juli 2010. De rapporteurs verschillen van mening over de wijze waarop de kans op recidive teruggedrongen zou kunnen worden en met name in welk juridisch kader behandeling zou kunnen plaatsvinden. Door de rapporteurs is samen met een jurist lange tijd stil gestaan bij de mogelijkheden om de kans op recidive terug te dringen. Men realiseert zich dat de TBS primair een beveiligingsmaatregel is, maar tegelijkertijd speelt het dilemma van de beperkte behandelbaarheid. Ook het moreel/ethische dilemma om te adviseren om een man van 26 zo lang te laten behandelen binnen een dergelijk stringent kader is uitgebreid aan de orde geweest. Één van de rapporteurs heeft opgemerkt dat uit onderzoek bekend is dat mensen met het type problematiek van betrokkene zelfs slechter uit een TBS-setting kunnen komen dan ze zijn op het moment van opname. Tegelijkertijd is men ook doordrongen van de forse beperkingen van een voorwaardelijk kader om de kans op recidive terug te dringen.
In het licht van de aarzeling in de rapportages wenst de rechtbank nader geïnformeerd te worden over de mogelijkheid van de maatregel tot TBS met voorwaarden. De rechtbank verzoekt de reclassering een maatregelenrapport op te stellen waarin de voorwaarden bij een eventuele maatregel tot terbeschikkingstelling met voorwaarden nader worden uitgewerkt.
Gezien artikel 346 van Pro het Wetboek van Strafvordering;
B E S L I S S E N D E :
Heropent het onderzoek.
beveelt dat dit zal worden hervat op een nader in overleg met de officier van justitie te bepalen tijdstip, gelegen binnen drie maanden na heden, om de klemmende reden dat binnen één maand de door de rechtbank gevraagde rapportage niet gereed zal zijn. Stelt de stukken in handen van de officier van justitie, opdat deze als voormeld zal (doen) handelen.
Beveelt de oproeping van verdachte tegen de nadere zitting, met verzoek tot kennisgeving van die zitting aan de raadsman mr. Canoy, voornoemd.
Aldus gewezen door mr. H. Bloebaum, voorzitter, mrs. F.C. Berg en P.L. Alers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier,
en uitgesproken ter terechtzitting van de rechtbank voornoemd, op 12 oktober 2010.