ECLI:NL:RBALM:2010:BN8519
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Wentink
- Jordaans
- Visser
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid na poging doodslag met hamer
Op 18 december 2009 sloeg verdachte met een hamer en trapte tegen het lichaam van zijn vader, waarbij hij de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer op het hoofd geraakt zou worden en daardoor zou kunnen overlijden. De rechtbank achtte poging tot moord niet bewezen wegens gebrek aan bewijs voor voorbedachte rade en feitelijke aanraking met de hamer op het hoofd.
De verklaring van het slachtoffer bevatte geen feitelijke waarneming dat hij daadwerkelijk met de hamer op het hoofd was geslagen, waardoor alleen poging doodslag werd bewezen. Verdachte bedreigde het slachtoffer ook met de woorden "ik vermoord je" en "ik maak je dood".
Psychiatrisch onderzoek concludeerde dat verdachte leed aan recidiverende psychosen en schizofrenie, waardoor hij volledig ontoerekeningsvatbaar is. De rechtbank sprak verdachte vrij van straf en sprak ontslag van rechtsvervolging uit, waarbij hij werd geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor een jaar.
Daarnaast werd een civiele schadevergoeding van €1.025 toegekend aan het slachtoffer voor ziekenhuis- en smartengeld. De verklaring van verdachte afgelegd tijdens het politieverhoor werd buiten beschouwing gelaten vanwege zijn psychische toestand.
De rechtbank oordeelde dat de feiten als één voortgezette handeling moeten worden beschouwd en dat de strafrechtelijke maatregel van terbeschikkingstelling passend is gezien de ernst van de psychische stoornis en de bescherming van de maatschappij.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid en geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis.