ECLI:NL:RBALM:2010:BN1818
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- G.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot schorsing tenuitvoerlegging arbitrale uitspraak in executiegeschil
In deze zaak vordert eiseres schorsing van de tenuitvoerlegging van een arbitrale uitspraak die haar veroordeelt tot betaling aan gedaagde. Eiseres stelt dat het vonnis berust op juridische misslagen en dat gedaagde misbruik maakt van haar executiebevoegdheid. Daarnaast voert zij procesrechtelijke bezwaren aan zoals schending van hoor en wederhoor en een verrassingsbeslissing.
Gedaagde betwist de stellingen en voert aan dat het geschil in executiegeschillen beperkt is tot de wijze van executie en dat er geen sprake is van misslagen. De arbiter heeft volgens gedaagde binnen de rechtsstrijd geoordeeld en het beginsel van hoor en wederhoor is niet geschonden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de arbiter naar billijkheid heeft geoordeeld binnen de grenzen van de rechtsstrijd en dat geen sprake is van een juridische of feitelijke misslag. Ook is geen schending van het fundamentele procesrecht vastgesteld. De vordering tot schorsing wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het arbitrale vonnis wordt afgewezen.