ECLI:NL:RBALM:2010:BM9530
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing dwangsom en derdenbeslag na echtscheiding
Eiseres en gedaagde zijn voormalige echtgenoten, waarvan de echtscheiding op 17 oktober 2007 is uitgesproken. Bij vonnis van 23 december 2009 is eiseres veroordeeld tot afgifte van een fiets en inboedelgoederen aan gedaagde, met een dwangsom tot maximaal € 20.000,-- en betaling van € 5.942,55 wegens overbedeling. Gedaagde heeft daarop executoriaal derdenbeslag gelegd op de UWV-uitkering van eiseres.
Eiseres vordert in kort geding de opheffing of vermindering van de dwangsom en het derdenbeslag, stellende dat zij de goederen reeds heeft afgegeven en dat de dwangsom niet in verhouding staat tot de waarde van de goederen. Gedaagde betwist het spoedeisend belang en wijst op het onherroepelijke vonnis en de reeds verbeurde dwangsommen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiseres onvoldoende spoedeisend belang heeft aangetoond voor haar vorderingen. Het feit dat de deurwaarder mogelijk verdere stappen neemt is onvoldoende. Bovendien is er op dit moment geen derdenbeslag ten behoeve van verhaal van de dwangsom. Daarom worden de vorderingen afgewezen.
Eiseres wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, inclusief griffierecht en salaris advocaat van gedaagde, met wettelijke rente bij niet tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vorderingen tot opheffing van de dwangsom en het derdenbeslag worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.