ECLI:NL:RBALM:2010:BM6942
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gemeenschap van goederen en detentie echtgenoot
Verzoekster, gehuwd in gemeenschap van goederen, verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Haar echtgenoot had een soortgelijk verzoek ingediend dat was afgewezen vanwege zijn langdurige detentie en onvermogen om actief bij te dragen aan de boedel.
Verzoekster gaf aan vooral rust te willen van deurwaarders en incassobureaus, maar de rechtbank overwoog dat het hoofddoel van de regeling is om schuldenaren die in problematische financiële situaties verkeren een schone lei te bieden na het voldoen aan strenge verplichtingen.
De rechtbank oordeelde dat toelating van verzoekster tot de regeling strijdig zou zijn met dit hoofddoel, omdat zij door de gemeenschap van goederen aansprakelijk blijft voor de schulden van haar echtgenoot die langdurig gevangen zit. Ook vormt dit een imperatieve afwijzingsgrond volgens artikel 288 lid 2 sub d Faillissementswet Pro.
De rechtbank wees het verzoek daarom af en wees op het recht van hoger beroep binnen acht dagen na uitspraak, dat alleen via een advocaat kan worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen vanwege strijdigheid met het hoofddoel en de gemeenschap van goederen.