ECLI:NL:RBALM:2010:BM5964
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing over hoofdverblijfplaats kinderen, omgangsregeling en alimentatie na echtscheiding
In deze zaak staat een geschil centraal over de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag na echtscheiding, waarbij de moeder wenst te emigreren naar Denemarken met de kinderen en de vader dit weigert. De rechtbank weegt het belang van de kinderen en de vader, die frequent contact willen behouden, zwaarder dan het belang van de moeder om te verhuizen. De hoofdverblijfplaats van de kinderen wordt bij de moeder in Nederland vastgesteld.
De rechtbank stelt een omgangsregeling vast waarbij de vader de kinderen eerst eenmaal per twee weken op zaterdag of zondag ontmoet, en na drie maanden een weekend per veertien dagen, met begeleiding indien gewenst. De moeder wordt verplicht zich in te spannen voor het contact en omgang, waarbij communicatie tussen ouders via een schriftje moet verlopen.
Ten aanzien van alimentatie oordeelt de rechtbank dat de moeder behoeftig is omdat zij momenteel geen eigen inkomen heeft en nog niet fulltime kan werken vanwege de zorg voor de jonge kinderen. De vader wordt veroordeeld tot betaling van kinderalimentatie van €276 per kind per maand en partneralimentatie van €331 per maand. De rechtbank wijst het verzoek van de vader af om de partneralimentatie te matigen ondanks zijn stellingen over grievend gedrag van de moeder.
De procedurekosten worden gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden via advocaat.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de kinderen blijft bij de moeder in Nederland, emigratie naar Denemarken wordt afgewezen, een omgangsregeling wordt vastgesteld en de vader wordt veroordeeld tot betaling van kinderalimentatie en partneralimentatie.