ECLI:NL:RBALM:2010:BM0836
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Lecq
- Blankestijn
- Heijink
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en gefaseerde afbouw van partneralimentatie na langdurige betaling
Partijen waren bijna 25 jaar gehuwd en gescheiden in 1986, waarbij de man sindsdien partneralimentatie aan de vrouw betaalde. De man verzocht in 2009 om beëindiging van deze alimentatie, stellende dat hij ruim 23 jaar had betaald en dat de vrouw de inkomensachteruitgang van circa €275 netto per maand kon opvangen. De vrouw verzette zich tegen beëindiging vanwege de ingrijpende inkomensachteruitgang en haar beperkte AOW-opbouw.
De rechtbank stelde vast dat de vrouw tijdens het huwelijk haar eigen arbeidsmogelijkheden had opgeofferd en dat haar verdiencapaciteit negatief was beïnvloed. De alimentatievermindering zou een belangrijke wijziging in haar levensniveau betekenen. De rechtbank verwierp de stelling van de man dat de vrouw de inkomensachteruitgang eenvoudig kon opvangen via spaargeld of vermogen.
Gezien de belangen van beide partijen en de redelijkheid en billijkheid oordeelde de rechtbank dat onmiddellijke beëindiging niet van de vrouw kon worden gevergd. Daarom werd een gefaseerde afbouw vastgesteld: alimentatie werd verlaagd naar €1.100 per maand per datum beschikking, €950 per maand vanaf 1 januari 2011, en volledig beëindigd per 1 januari 2012. Vanaf dat moment kan de vrouw aanspraak maken op een deel van het pensioen van de man.
De rechtbank compenseerde de proceskosten en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De procedure weerspiegelt het streven naar een evenwichtige overgang voor de alimentatiegerechtigde na langdurige alimentatiebetalingen.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt gefaseerd afgebouwd en per 1 januari 2012 beëindigd.