ECLI:NL:RBALM:2010:BL9065
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte valse aangifte gijzeling wegens ontbreken wettig bewijs
Verdachte werd beschuldigd van het doen van valse aangifte van opzettelijke vrijheidsberoving en gijzeling in juni 2007, waarbij hij verklaarde door meerdere mannen te zijn gegijzeld in Nederland en Polen. De officier van justitie stelde dat de verklaringen van verdachte ongeloofwaardig en inconsistent waren, en dat het feit niet had plaatsgevonden.
De verdediging betoogde dat de verklaringen van verdachte geen aangifte in de zin van artikel 188 Sr Pro vormden en dat er onvoldoende bewijs was voor schuld. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen wel als aangifte konden worden gezien, omdat zij aanleiding gaven tot een strafrechtelijk onderzoek en verdachte dit ook zo begreep.
Desondanks vond de rechtbank dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte valse aangifte had gedaan, mede omdat het bewijs niet overtuigend was en de zaak niet vergelijkbaar was met het door de officier van justitie aangehaalde arrest. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij.
De benadeelde partij, regiopolitie Twente, werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering van € 12.534,55, aangezien de tenlastelegging niet bewezen werd. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Almelo op 26 maart 2010.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van valse aangifte van gijzeling wegens ontbreken van wettig bewijs.