ECLI:NL:RBALM:2010:BL0871
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. van Rhijn
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering en opschortingsrecht bij aanneming van schilderwerk afgewezen
Eiser, een schildersbedrijf, heeft twee aannemingsovereenkomsten gesloten met gedaagde voor schilderwerkzaamheden in Amsterdam en Uithoorn. Eiser factureerde in totaal €2.781,40 voor deze werkzaamheden, maar gedaagde betaalde niet en stelde zich op het standpunt dat zij haar betalingsverplichting mocht opschorten vanwege het ontbreken van een Verklaring Arbeidsrelatie (VAR).
Gedaagde stelde in reconventie een tegenvordering in van €4.500,00 wegens ondeugdelijk schilderwerk aan stalen lateien in IJburg, waarvoor zij herstelkosten had gemaakt. Eiser betwistte dit en stelde dat hij zijn werk naar behoren had uitgevoerd en niet in gebreke was gesteld.
De rechtbank oordeelde dat het opschortingsrecht van gedaagde niet toekomt omdat er geen concrete aanwijzingen zijn dat zij aanspraken van de belastingdienst hoeft te vrezen. Het niet betalen van het gehele factuurbedrag is een disproportionele reactie. De vordering van eiser wordt toegewezen met wettelijke handelsrente vanaf de dagvaarding. De tegenvordering van gedaagde wordt afgewezen omdat eiser niet in verzuim is gesteld. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het factuurbedrag met rente, terwijl haar tegenvordering wordt afgewezen.