ECLI:NL:RBALM:2010:BK9655

Rechtbank Almelo

Datum uitspraak
15 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
108139 / KG ZA 09-399
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Verhoeven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWArt. 5:2 BWArt. 556 lid 1 RvArt. 557 RvArt. 557a lid 3 Rv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming van pand door gemeente wegens wederrechtelijke ingebruikname door krakers

De gemeente Enschede is eigenaar van een pand dat op 19 augustus 2008 leeg en schoon is opgeleverd. Op 11 juni 2009 bleek dat gedaagden het pand wederrechtelijk in gebruik hadden genomen. De gemeente sommeerde hen het pand te verlaten, maar dit werd niet opgevolgd. Gedaagden weigerden een gebruikersovereenkomst te sluiten en gebruikten het pand zonder toestemming, wat een inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente vormt.

De gemeente vorderde ontruiming van het pand en de bevoegdheid om deze ontruiming zelf met behulp van de sterke arm uit te voeren. De voorzieningenrechter wees het verzoek tot zelfuitvoering af als overbodig, maar veroordeelde gedaagden wel tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. Tevens werd bepaald dat het vonnis binnen een jaar ten uitvoer kan worden gelegd tegen iedereen die zich op het moment van tenuitvoerlegging in het pand bevindt.

Gedaagden zijn niet verschenen, waardoor de feiten als vaststaand zijn aangenomen. De vordering werd gegrond bevonden en gedaagden werden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken op 15 januari 2010 door de voorzieningenrechter Verhoeven te Almelo.

Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming van het pand binnen veertien dagen en hoofdelijk in de kosten.

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO
Sector civiel recht
zaaknummer: 108139 / KG ZA 09-399
datum vonnis: 15 januari 2010 (gc)
Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:
De Gemeente Enschede,
gevestigd te Enschede,
eiseres,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaat: mr. W. van de Wetering te Enschede,
tegen
1. [gedaagde 1],
2. [gedaagde 2],
beiden wonende te Enschede, en
3. al degenen die verblijven in de gebouwde onroerende zaak of een gedeelte daarvan aan het adres … te Enschede, zijnde deze andere dan gebruikers of gewezen gebruikers krachtens een persoonlijk of zakelijk recht en van wie de namen en woonplaats niet kunnen worden achterhaald,
gedaagden, niet verschenen.
Het procesverloop
Gedaagden zijn te dienende dage niet in rechte verschenen, waarna tegen hen verstek is verleend.
De gemeente heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.
De zaak is behandeld ter terechtzitting van 11 januari 2010. Ter zitting zijn verschenen: mevrouw Van der Zee en de heer Korman, werkzaam bij de gemeente, vergezeld door
mr. Van de Wetering. De vordering is toegelicht.
Het vonnis is bepaald op vandaag.
De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing
1. Bij de dagvaarding zijn de wettelijke formaliteiten in acht genomen.
2. De gemeente is eigenaar van het pand aan de [Adres] te Enschede. Dit pand is laatstelijk in gebruik gegeven aan […]Laatstgenoemde heeft het pand schoon en leeg opgeleverd op 19 augustus 2008. Op 11 juni 2009, derhalve binnen een jaar nadat het pand leeg is komen te staan, is het de gemeente gebleken dat gedaagden, althans een aantal van hen, het pand wederrechtelijk in gebruik hebben genomen. Diezelfde dag heeft de gemeente al degenen die zich wederrechtelijk in het pand bevonden gesommeerd het pand uiterlijk 12 juni 2009 te verlaten. Aan die sommatie is echter geen gevolg gegeven, waarop de gemeente aangifte heeft gedaan van de wederrechtelijke ingebruikname. Vervolgens is de gemeente in overleg gegaan met gedaagden, maar die zijn niet bereid een gebruikersovereenkomst aan te gaan. De gemeente heeft gedaagden geen toestemming gegeven om van het pand gebruik te maken. Zij is met hen immers geen huur- of gebruikersovereenkomst aangegaan. Gedaagden maken dan ook inbreuk op het eigendomsrecht van eiseres en daarmee handelen zij ingevolge het bepaalde in artikel 6:162 BW Pro onrechtmatig jegens de gemeente. Deze inbreuk op het eigendomsrecht hoeft de gemeente niet te dulden en op grond van artikel 5:2 BW Pro heeft de gemeente het recht haar eigendom en beschikkingsmacht daarover terug te vorderen. De gemeente vordert, kort gezegd, dan ook de ontruiming van de onroerende zaak aan de …. te Enschede en, de ontruiming zelf te doen uitvoeren desnoods met behulp van de sterke arm zulks op kosten van gedaagden. Daarnaast vordert de gemeente om te bepalen dat binnen de in artikel 557a lid 3 Rv genoemde termijn het vonnis ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dit voordoet, dan wel zodanige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie zou vermenen te behoren. Tot slot vordert de gemeente om gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure.
3. Nu gedaagden niet ter zitting zijn verschenen, moeten deze feiten en omstandigheden als vaststaand worden aangenomen.
4. De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge artikel 556 lid 1 en Pro artikel 557 Rv Pro overbodig is.
5. De vordering komt voor het overige onrechtmatig noch ongegrond voor en kan daarom worden toegewezen.
6. Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding worden veroordeeld.
De beslissing
De voorzieningenrechter:
I. Veroordeelt gedaagden om het pand aan de [Adres] te Enschede binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met alle daarin aanwezige personen en al hun zaken te ontruimen en ontruimd te houden.
II. Bepaalt dat dit vonnis binnen de in artikel 557a lid 3 Rv genoemde termijn van één jaar ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen eenieder die zich daar ten tijde van de tenuitvoerlegging bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dit voordoet.
III. Veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van de gemeente begroot op
€ 339,85 aan verschotten en € 527,00 aan salaris van de advocaat.
IV. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
V. Wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Verhoeven, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 januari 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.