ECLI:NL:RBALM:2009:BK7667
Rechtbank Almelo
- Voorlopige voorziening
- Ellen W. de Groot
- Rechtspraak.nl
Loonvordering werknemer gematigd wegens inkomsten elders tijdens ontbindingsperiode
Eiser trad in 1988 in dienst bij Boekelo Decor en werd in 2009 vanwege een reorganisatie vrijgesteld van werk. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 februari 2010 met een vergoeding toegekend aan eiser. Tijdens de ontbindingsperiode trad eiser elders in dienst voor een tijdelijke baan van zes maanden, zonder dit aan Boekelo Decor te melden.
Boekelo Decor stopte daarop de loonbetaling vanaf 11 november 2009, stellende dat dit in strijd was met de arbeidsovereenkomst en CAO. Eiser vorderde daarop het volledige loon over december 2009 en januari 2010. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever gehouden is loon te betalen zolang het dienstverband voortduurt, zeker omdat eiser was vrijgesteld van werk en de werkgever een freelancer had ingehuurd.
Echter, gelet op de omstandigheden, waaronder de ontbinding op verzoek van eiser en de forse vergoeding, achtte de kantonrechter toepassing van artikel 6:248 BW Pro passend. Hierdoor werd de loonvordering gematigd tot het verschil tussen het loon bij Boekelo Decor en het lagere loon bij de nieuwe werkgever. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van € 1.152,- bruto per maand over december 2009 en januari 2010, met wettelijke rente. De kosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot gedeeltelijke loonbetaling over december 2009 en januari 2010 met toepassing van matiging op grond van redelijkheid en billijkheid.