ECLI:NL:RBALM:2009:BI8224

Rechtbank Almelo

Datum uitspraak
25 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09 / 493 GEMWT V1 V
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • R.J. Jue
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:84 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit tussen partij en verzoeker

De zaak betreft een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van Almelo waarbij een last onder dwangsom is opgelegd aan Partycentrum Aylin. Dit besluit werd gehandhaafd met een gewijzigde tenaamstelling naar Dolle Pret in Almelo B.V. Een natuurlijke persoon diende bezwaar in en stelde beroep in tegen het besluit. Vervolgens vroeg de bestuurder van Dolle Pret in Almelo B.V., een rechtspersoon, een voorlopige voorziening om het bestreden besluit te schorsen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat op grond van artikel 8:81, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht een verzoek om voorlopige voorziening alleen kan worden gedaan door een partij in de hoofdzaak. Omdat het beroep was ingesteld door een natuurlijke persoon en het verzoek om voorlopige voorziening door een rechtspersoon werd ingediend, ontbreekt de vereiste connexiteit. Hierdoor is het verzoek niet-ontvankelijk.

De voorzieningenrechter sluit de behandeling en doet onmiddellijk mondeling uitspraak, waarbij het verzoek wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit tussen het beroep en het verzoek.

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO
Sector bestuursrecht
Registratienummer: 09 / 493 GEMWT V1 V
proces-verbaal mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84 Algemene Pro wet bestuursrecht
in het geschil tussen:
Dolle Pret in Almelo B.V.,
gevestigd te Borculo, verzoekster,
gemachtigde: J.E. Eshuis, werkzaam bij JEEJAR te Almelo,
en
het College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Almelo,
verweerder,
gemachtigde: mr. I.C. Dunhof-Lampe, advocaat te Enschede.
1. Aanduiding besluit waarop het verzoek betrekking heeft
Besluit van verweerder d.d. 10 december 2008.
2. Datum van de zitting
20 mei 2009.
3. De voorzieningenrechter sluit de behandeling en doet onmiddellijk mondeling uitspraak.
a. Beslissing
Verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
b. Gronden
Procesverloop
Bij besluit van 26 maart 2008 (het primaire besluit) heeft verweerder aan Partycentrum Aylin een last onder dwangsom opgelegd met betrekking tot het gebruiken van het pand op het perceel [adres].
Hiertegen heeft [natuurlijke persoon] bij brief van 9 april 2008 een bezwaarschrift ingediend.
Bij besluit van 10 december 2008 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaarschrift van [natuurlijke persoon] ongegrond verklaard en het primaire besluit met een gewijzigde tenaamstelling (‘Dolle Pret in Almelo B.V.’ in plaats van ‘Partycentrum Aylin’) gehandhaafd. De begunstigingstermijn is gekoppeld aan de destijds komende uitspraak van deze rechtbank met zaaknummers 08/305 en 08/1002.
Hiertegen heeft [natuurlijke persoon] bij brief van 9 januari 2009 beroep ingesteld bij deze rechtbank. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer 09/28. De gronden zijn op 10 februari 2009 ingediend.
Bij brief van 6 mei 2009 heeft verweerder, onder verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank in de zaken 08/305 en 08/1002 op 29 april 2009, aan gemachtigde van verzoekster meegedeeld dat met onmiddellijke ingang, maar met uitzondering van 8 mei 2009, dwangsommen kunnen verbeuren.
Bij brief van 14 mei 2009 heeft verzoekster aan de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende het schorsen van het bestreden besluit tot 6 weken nadat op het beroepschrift is beslist. Dit verzoekschrift is geregistreerd onder zaaknummer 09/493.
Overwegingen van de voorzieningenrechter
Artikel 8:81, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een verzoek om voorlopige voorziening hangende beroep enkel kan worden ingesteld door een partij in de hoofdzaak.
In casu is beroep ingesteld door [natuurlijke persoon] in de hoedanigheid van privépersoon. Het verzoek om voorlopige voorziening is gedaan door [natuurlijke persoon] in de hoedanigheid van bestuurder / enig aandeelhouder van ‘Dolle Pret in Almelo B.V.’. Dit laatste houdt in dat door de rechtspersoon een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend. Nu het beroep is ingediend door een natuurlijke persoon en het verzoek om voorlopige voorziening is ingediend door een rechtspersoon, wordt niet voldaan aan het vereiste ex artikel 8:81, tweede lid, van de Awb. Immers, de rechtspersoon is geen partij in de hoofdzaak.
Vorenstaande betekent dat de rechtspersoon, oftewel verzoekster, niet kan worden ontvangen in haar verzoek om voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.
De voorzieningenrechter deelt mede dat tegen de uitspraak geen hoger beroep open staat.
Dit proces-verbaal is opgemaakt door de griffier en ondertekend door:
mr. A.E.M. Lever, griffier mr. R.J. Jue, voorzieningenrechter
Afschrift verzonden op 25 mei 2009
AB