ECLI:NL:RBALM:2008:BD3926
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Koopmans
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot ondertekening akte van verdeling na echtscheiding afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van dwang en bedrog
Partijen zijn gehuwd geweest in algehele gemeenschap van goederen en zijn gescheiden bij beschikking van 6 december 2006. In onderling overleg sloten zij een echtscheidingsconvenant op 18 april 2008 waarin afspraken over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap zijn vastgelegd. De man vordert dat de vrouw de akte van verdeling ondertekent, omdat zij dit weigert met het argument dat sprake zou zijn van dwang, dwaling, bedrog en misbruik van omstandigheden.
De vrouw betwist de juistheid van de verdeling en stelt dat het convenant onjuistheden bevat die haar benadelen, en beroept zich op vernietiging van het convenant wegens wilsgebreken. De man heeft een spoedeisend belang bij ondertekening vanwege een geldige hypotheekofferte die dreigt te vervallen en de daarmee samenhangende financiële lasten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw voldoende tijd en begeleiding heeft gehad bij het sluiten van het convenant en dat er geen aannemelijke gronden zijn voor dwang, dwaling of bedrog. De inhoud van de akte stemt overeen met het convenant. De voorzieningenrechter wijst de dwangsom en machtiging af, maar bepaalt dat bij uitblijven van ondertekening binnen zeven dagen het vonnis in de plaats treedt van de wilsverklaring van de vrouw. De kosten van het geding worden gecompenseerd.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot dwangsom en machtiging af en bepaalt dat het vonnis in de plaats treedt van ondertekening indien de vrouw niet binnen zeven dagen ondertekent.