ECLI:NL:RBALM:2008:BC8697
Rechtbank Almelo
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Handhaving bouwvergunningplicht voor speelhut op perceel met onjuiste bestemmingsplanwijziging
Tijdens een ambtelijke controle in 2007 werd vastgesteld dat verzoeker een speelhut op zijn perceel had geplaatst zonder bouwvergunning. Verweerder legde een last onder dwangsom op om verwijdering af te dwingen. Verzoeker maakte bezwaar en stelde dat de speelhut vergunningsvrij was of dat handhaving onevenredig was. De bezwaarschriftencommissie adviseerde het bezwaar ongegrond te verklaren, waarna verweerder dit besluit handhaafde.
Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank en vroeg tevens een voorlopige voorziening om schorsing van het handhavingsbesluit. De voorzieningenrechter oordeelde dat de speelhut als gebouw in de zin van de Woningwet moest worden aangemerkt en niet viel onder vergunningsvrije bouwwerken. Het perceel viel onder een bestemmingsplan dat bouwen voor woondoeleinden toestond, maar de speelhut stond op een strook grond die volgens een voorbereidingsbesluit een groene bestemming zou krijgen, waardoor legalisatie niet mogelijk was.
De rechtbank concludeerde dat verweerder bevoegd was tot handhaving en dat er geen sprake was van een onevenredige last. De opgelegde dwangsom werd als proportioneel beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, omdat de procedure in de hoofdzaak de connexiteit had opgeheven.
Uitkomst: Het beroep tegen het handhavingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.