ECLI:NL:RBALM:2007:BA9551
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Wentink
- Caminada
- Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens overschrijding redelijke termijn in meervoudige zedenzaken en hennepteelt
De verdachte werd beschuldigd van meerdere zedendelicten, het tonen van schadelijke afbeeldingen aan een minderjarige, het telen van hennep en het bedreigen van een vrouw met een auto. De zaak betrof feiten gepleegd tussen januari 2004 en april 2005.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro en artikel 14 IVBPR Pro. De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn begon te lopen vanaf de inverzekeringstelling van verdachte op 24 januari 2005.
De rechtbank concludeerde dat de redelijke termijn van twee jaar voor afronding van de zaak met een eindvonnis aanzienlijk was overschreden. Het openbaar ministerie kon de overschrijding onvoldoende onderbouwen, met name ontbrak bewijs dat het NFI-onderzoek naar twee harde schijven daadwerkelijk had plaatsgevonden en wat de resultaten waren.
De rechtbank oordeelde dat de zaak als eenvoudig kon worden aangemerkt en dat de overschrijding ernstig was. Het openbaar ministerie had verdachte en diens raadsman niet geïnformeerd over de voortgang, terwijl de termijnoverschrijding volledig aan het openbaar ministerie toegerekend moest worden.
Daarom verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging tegen verdachte wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn.