ECLI:NL:RBALM:2007:BA2844
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. van Rhijn
- Rechtspraak.nl
Geen stilzwijgende voortzetting na ontbinding huurovereenkomst
De rechtbank Almelo behandelde een geschil tussen De Woonplaats en een huurder over de voortzetting van een huurovereenkomst na ontbinding. De oorspronkelijke huurovereenkomst was bij vonnis van 12 september 2006 ontbonden. De vraag was of er sprake was van een stilzwijgende voortzetting van deze overeenkomst.
De kantonrechter oordeelde dat stilzwijgende voortzetting slechts kan worden aangenomen indien partijen duidelijk de bedoeling hebben deze voortzetting. Uit de dagvaarding en het ontbindingsvonnis bleek dat De Woonplaats destijds juist ontbinding en ontruiming nastreefde. Hoewel de huurder de huur over september 2006 betaalde, bleef de huur over oktober en volgende maanden onbetaald, wat wijst op geen intentie tot voortzetting.
De rechtbank concludeerde dat de huurovereenkomst definitief was geëindigd en dat De Woonplaats een titel had voor vergoeding wegens onbetaald gebruik na 30 september 2006. De vordering van De Woonplaats tot voortzetting werd daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot stilzwijgende voortzetting van de huurovereenkomst wordt afgewezen en De Woonplaats wordt veroordeeld in de proceskosten.