ECLI:NL:RBALM:2007:AZ8888
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering toestemming tot voeren titel ingenieur wegens niet-gelijkwaardige buitenlandse opleiding
Eiser verzocht de Informatie Beheer Groep om toestemming tot het voeren van de titel ingenieur (ir.) op basis van zijn ingenieursopleiding aan het Conservatoire National des Arts et Metiers (CNAM) in Frankrijk en een eerdere technische opleiding in Brussel. Verweerster weigerde deze toestemming omdat de opleiding van eiser volgens haar niet gelijkwaardig is aan de Nederlandse opleiding die recht geeft op de ir.-titel.
De rechtbank overwoog dat verweerster beoordelingsvrijheid heeft bij het vaststellen van gelijkwaardigheid, waarbij het beleid sinds 1 augustus 2005 onder meer kijkt naar opleidingsvereisten, nominale studieduur en studieomvang. Verweerster baseerde haar weigering op het feit dat eiser met zijn opleiding geen onvoorwaardelijk recht heeft op toelating tot promotieonderzoek, in tegenstelling tot de Nederlandse ingenieursopleiding.
Eiser voerde aan dat zijn opleiding gelijkwaardig is en toegang geeft tot promotieonderzoek, maar de rechtbank stelde vast dat het bewijs hiervoor onvoldoende was en dat verweerster terecht het advies van de Nuffic volgde dat er wezenlijke verschillen zijn. Ook het overgelegde schrijven van de Universiteit Twente bood geen aanleiding tot een ander oordeel.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig is en het beroep ongegrond verklaard wordt. Verweerster heeft haar beleid correct toegepast en er is geen sprake van een onjuiste maatstaf of schending van de Lissabon Conventie.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van toestemming tot het voeren van de titel ingenieur wordt in stand gelaten.