ECLI:NL:RBALM:2007:AZ7511
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. van Rhijn
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting patiënt jegens ziekenhuis onder het DBC-stelsel bevestigd
In deze zaak staat centraal of een patiënt zijn betalingsverplichting jegens een ziekenhuis kan opschorten omdat een tweede operatie mogelijk pas na een jaar kan plaatsvinden, terwijl de patiënt vindt dat deze eerder moet plaatsvinden. De patiënt onderging in 2005 een plastische operatie aan de wenkbrauwen en oogleden. De arts had aangegeven dat mogelijk na een jaar een tweede operatie nodig kon zijn, waarvan de kosten separaat in rekening zouden worden gebracht.
De patiënt weigerde betaling van de eerste factuur, stellende dat de tweede operatie onderdeel van dezelfde behandeling zou moeten zijn en dat hij de kwestie aan de cliëntenraad wilde voorleggen. Hij beriep zich tevens op schuldeisersverzuim en stelde dat de overeenkomst ontbonden moest worden.
De rechtbank oordeelde dat het DBC-stelsel en de relatie tussen patiënt en ziektekostenverzekeraar niet relevant zijn voor de betalingsverplichting jegens het ziekenhuis. De arts hoefde de patiënt niet vooraf te informeren over een mogelijke tweede operatie. Er was geen sprake van wanprestatie of ontbinding van de overeenkomst. De vordering tot betaling van de eerste operatie werd toegewezen, met afwijzing van de vordering voor buitengerechtelijke kosten vanwege onvoldoende bewijs van werkzaamheden.
De patiënt werd veroordeeld tot betaling van het hoofdbedrag met wettelijke rente, terwijl zijn verweren werden verworpen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De patiënt wordt veroordeeld tot betaling van de factuur voor de eerste operatie met wettelijke rente, terwijl zijn verweren worden verworpen.