ECLI:NL:RBALM:2006:AZ5311
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onjuiste vaststelling arbeidsongeschiktheid
Eiser, werkzaam als chauffeur bij een koeriersdienst, kreeg in 2001 een WAO-uitkering toegekend na een motorongeval in 1994. Verweerder herzag het besluit in 2004 en trok de uitkering met ingang van 30 december 2004 in, omdat eiser minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Eiser maakte bezwaar en voerde aan dat hij zwaarder beperkt was dan vastgesteld, onderbouwd met een neuropsychologisch rapport.
De rechtbank beoordeelde of verweerder terecht de chauffeur in koeriersdienst als maatman hanteerde en of de medische beperkingen juist waren weergegeven in de functionele mogelijkhedenlijst (FML). De rechtbank oordeelde dat de maatman niet op goede gronden was gekozen en dat de cognitieve beperkingen onvoldoende waren meegenomen in de FML, ondanks het niet betwiste neuropsychologisch onderzoek.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder opnieuw op het bezwaar moet beslissen, met inachtneming van de juiste medische beperkingen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Een verzoek tot schadevergoeding wegens renteschade kan na het nieuwe besluit worden ingediend.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en verweerder moet opnieuw beslissen met juiste motivering.