ECLI:NL:RBALM:2006:AZ3630
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van maandelijkse aflossingsverplichting krediet-hypotheek na beëindiging bijstandsuitkering
Eiseres ontving vanaf 1 december 1994 een bijstandsuitkering in de vorm van een geldlening onder hypotheek. Na beëindiging van haar bijstandsuitkering per 1 augustus 2004 stelde verweerder dat zij vanaf augustus 2005 €180 per maand aan rente en aflossing moest betalen. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat in de hypotheekakte geen aflossingsvoorwaarden waren opgenomen en dat haar mondeling was medegedeeld dat aflossing pas bij overlijden of verkoop hoefde te plaatsvinden.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van aflossingsbedingen in de hypotheekakte niet aan de opeisbaarheid van de lening in de weg staat, omdat de wettelijke bepalingen in het Bijstandsbesluit krediethypotheek duidelijk rente- en aflossingsverplichtingen voorschrijven die ingaan bij beëindiging van de bijstandsuitkering. De stelling van eiseres over een toezegging door een ambtenaar werd niet bewezen geacht.
Verder werd geoordeeld dat verweerder terecht uitging van kostendeling met het inwonende gezin van eiseres, waardoor de gemeentelijke toeslag op woonkosten op 10% is vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit dat eiseres rente en aflossing moet voldoen vanaf augustus 2005.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de maandelijkse aflossings- en rentebetaling wordt bevestigd.