ECLI:NL:RBALM:2006:AY9045
Rechtbank Almelo
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing bouwvergunningen in afwachting van uitspraak over bestemmingsplan
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen bouwvergunningen voor een verkoopgebouw met kas en een hoveniersgebouw op een perceel in Almelo, die door het College van Burgemeester en Wethouders zijn verleend met een vrijstelling op grond van artikel 19, eerste lid, WRO. De vergunningen zijn getoetst aan een oud bestemmingsplan, omdat het nieuwe bestemmingsplan, dat als ruimtelijke onderbouwing diende, nog niet in werking was vanwege een schorsingsverzoek bij de Afdeling bestuursrechtspraak.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bouwplan in strijd is met het oude bestemmingsplan en dat de vrijstelling terecht is verleend, maar dat onzekerheid bestaat over de geldigheid van het nieuwe bestemmingsplan dat als onderbouwing is gebruikt. Daarom is schorsing van de bouwvergunningen gerechtvaardigd totdat op het bezwaar is beslist, waarbij het besluit op bezwaar moet worden genomen na de uitspraak van de voorzitter van de Afdeling over het schorsingsverzoek.
De rechtbank wijst ook het bezwaar van verzoeker tegen de negatieve welstandsadviezen af, omdat de gemeente redelijk heeft gehandeld door af te wijken van deze adviezen gezien het ontbreken van specifieke criteria in de welstandsnota. Verzoeker krijgt wel vergoeding van het griffierecht toegewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De bouwvergunningen worden geschorst totdat op het bezwaar is beslist vanwege onzekerheid over het bestemmingsplan.