ECLI:NL:RBALM:2006:AY8052
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Stoové
- Rechtspraak.nl
Rangschikking van agrarische grond als landgoed onder Natuurschoonwet in overeenstemming met algemeen belang
In deze zaak vordert eiser, eigenaar van onroerende zaken bestaande uit een boerderij en landbouwgronden, dat gedaagde, pachter van een perceel, wordt verplicht medewerking te verlenen aan de aanleg van wandelpaden en andere voorzieningen ten behoeve van de rangschikking van de grond onder de Natuurschoonwet. Eiser wil deze rangschikking realiseren om een fiscaal voordeel te behalen, namelijk een besparing op successierecht.
Gedaagde weigert medewerking en stelt dat de rangschikking niet in overeenstemming is met het algemeen belang, maar slechts een fiscaal belang dient. De voorzieningenrechter oordeelt dat het fiscale belang niet uitsluit dat de bestemming in overeenstemming is met het algemeen belang, omdat de Natuurschoonwet gericht is op duurzame instandhouding van het natuurschoon.
De voorzieningenrechter wijst de vordering toe voor het aanleggen en onderhouden van wandelpaden, omdat dit spoedeisend belang heeft en het belang van eiser prevaleert boven het bedrijfsbelang van gedaagde. Voor de aanplant en erfinrichting ontbreekt het spoedeisend belang, zodat die vorderingen worden afgewezen. De kosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt verplicht medewerking te verlenen aan aanleg en onderhoud van wandelpaden op gepachte grond onder dreiging van dwangsom.