ECLI:NL:RBALM:2006:AV3962
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Van Ommeren
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot terugkeer naar woonwagen wegens ontbreken spoedeisend belang
Eiser vordert in kort geding dat de gemeente hem binnen twee dagen de woonwagen en standplaats aan een specifiek adres ter beschikking stelt, op grond van een huurovereenkomst die eerder was ontbonden maar in hoger beroep door het gerechtshof was vernietigd. De gemeente biedt een alternatief woonwagenstandplaats met een geldsom aan en heeft een cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof.
De voorzieningenrechter overweegt dat het cassatieberoep niet leidt tot schorsing van het vernietigende arrest van het gerechtshof, waardoor de huurovereenkomst nog steeds geldt, maar de situatie nog niet definitief is. Voor toewijzing van de vordering is een spoedeisend belang vereist, dat ontbreekt omdat het gerechtshof binnen een week over dezelfde voorziening zal oordelen, de gemeente een deugdelijk alternatief heeft geboden, en het gereed maken van de woonwagenplek minstens vier weken zal duren.
Het belang van de gemeente bij afwijzing van de vordering, waaronder het voorkomen van overlast en het respecteren van de woonvisie, weegt zwaarder dan het belang van eiser. Eiser kan worden geacht de uitkomst van de bodemprocedures af te wachten. De voorzieningenrechter wijst daarom de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot terugkeer naar de woonwagen wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.