ECLI:NL:RBALM:2005:AU3063
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- mr. naam
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot nihilstelling ouderlijke bijdrage kosten levensonderhoud en studie
Verzoeker, een jong meerderjarige zoon, vroeg de rechtbank om de bijdrage die zijn vader aan hem moet betalen voor levensonderhoud en studie per 1 augustus 2004 op nihil te stellen. Deze bijdrage was eerder vastgesteld bij beschikking en was geconverteerd op grond van artikel 1:395b BW. Verzoeker behaalde in juni 2004 zijn havo-diploma en begon daarna een opleiding, waarbij hij studiefinanciering ontving die rekening hield met een ouderlijke bijdrage.
Verweerder, de vader, weigerde de bijdrage te betalen en diende geen verweerschrift in. De rechtbank behandelde de zaak als verstekzaak. De rechtbank oordeelde dat een rechterlijke uitspraak omtrent levensonderhoud slechts kan worden gewijzigd of ingetrokken bij gewijzigde omstandigheden die niet waren gesteld of gebleken. De weigering van verweerder om te betalen vormde geen wijziging van omstandigheden die de wettelijke maatstaven zou aantasten.
Verder concludeerde de rechtbank dat het verzoek van verzoeker misbruik van recht inhoudt, omdat het erop gericht is de studiefinanciering te beïnvloeden door de ouderlijke bijdrage te laten vervallen. De rechtbank wees erop dat verzoeker via het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen een incassotraject kan starten en mogelijk ook een kort geding kan aanspannen. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot nihilstelling van de ouderlijke bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie is afgewezen.