ECLI:NL:RBALM:2005:AU0190
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Drewes
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering straat- en contactverbod na echtscheiding en omgangsgeschil
De vrouw en man zijn gescheiden en hebben twee minderjarige kinderen. Na de echtscheiding zijn de kinderen bij de vrouw gebleven en is een omgangsregeling met de man getroffen. De kinderen zijn onder toezicht gesteld en de gezinsvoogdes gaf aanwijzingen dat de man geen contact met de kinderen mag opnemen.
De vrouw vordert in kort geding een straat- en contactverbod tegen de man wegens vermeende bedreigingen en het niet naleven van de omgangsregeling. Zij baseert dit mede op een ongedateerde brief en recente ontmoetingen in het winkelcentrum, waarvan zij aangifte deed.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw onvoldoende heeft aangetoond dat het gedrag van de man zodanig is dat een straat- en contactverbod gerechtvaardigd is. De man is sinds zijn strafrechtelijke veroordeling niet aan de deur van de vrouw geweest en heeft zijn kinderen al jaren niet gezien. De rechtbank benadrukt dat een straatverbod een zware inbreuk maakt op de bewegingsvrijheid en dat de vordering daarom zorgvuldig moet worden beoordeeld.
De vordering wordt afgewezen en de vrouw wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechter waarschuwt de man echter dat dit vonnis geen vrijbrief is om de vrouw tegen haar wil te benaderen en dat hij zich aan de bijzondere voorwaarden moet houden.
Uitkomst: De vordering tot straat- en contactverbod wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van actuele bedreiging.