ECLI:NL:RBALM:2005:AS7121
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser, werkzaam als timmerman, vroeg een WAO-uitkering aan wegens eczeemklachten. Verweerder (UWV) wees de aanvraag af omdat eiser minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar handhaafde verweerder dit besluit. De rechtbank beoordeelde of de medische en arbeidskundige beoordeling correct was uitgevoerd. Uit rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen bleek dat eiser geschikt was voor functies met circa 91% verdiencapaciteit.
Eiser stelde dat de bezwaarverzekeringsarts onderzoek niet had afgewacht en dat in twee functies de belasting de belastbaarheid overschreed. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat onvoldoende onderbouwing bestond voor een beperktere belastbaarheid, mede omdat eiser geen medische stukken overlegd had over het niet kunnen dragen van handschoenen.
De rechtbank vond dat de arbeidsdeskundige inconsistenties vertoonde in de beoordeling van functies waarbij handschoenen gedragen moeten worden, maar achtte dit onvoldoende om het besluit te handhaven. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering volgens artikel 7:12 Awb Pro, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat ook zonder de betwiste functies het arbeidsongeschiktheidspercentage onder de 15% bleef.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het besluit om eiser geen WAO-uitkering toe te kennen wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.