ECLI:NL:RBALM:2004:AR3861
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rikken
- Beuving
- Teekman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs doodslag vader
De officier van justitie beschuldigde verdachte ervan zijn vader te hebben gedood tijdens diefstal van diens auto en geld, primair gekwalificeerde doodslag en subsidiair moord. De rechtbank onderzocht uitgebreid het bewijs, waaronder forensisch onderzoek, geuridentificatieproeven en getuigenverklaringen.
Het slachtoffer overleed aan meerdere schotwonden, waarbij het moordwapen werd teruggevonden en technisch onderzocht. Geurovereenkomsten tussen verdachte en de auto van het slachtoffer werden onderzocht met speurhonden, maar de resultaten waren niet overtuigend. DNA-onderzoek toonde geen DNA van verdachte op het stuur van de auto.
Ondanks enkele belastende aanwijzingen, zoals het bezit van een pistool door verdachte en zijn aanwezigheid nabij de plaats delict, kon de rechtbank niet onomstotelijk vaststellen dat verdachte de dader was. De getuigenverklaring over het wapen werd als onbetrouwbaar beoordeeld. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte werd vrijgesproken. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Almelo op 8 oktober 2004.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van betrokkenheid bij de doodslag op zijn vader.