ECLI:NL:RBALM:2004:AR2423
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Stoové
- Bloebaum
- Wentink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling verduistering door boekhouder/beleggingsadviseur na misbruik vertrouwen
Verdachte, werkzaam als boekhouder en beleggingsadviseur, heeft in de periode van oktober 2000 tot oktober 2002 een bedrag van circa 200.000 gulden, dat hem in goed vertrouwen ter belegging was toevertrouwd door een maatschappelijk kwetsbare benadeelde, wederrechtelijk toegeëigend. Hierbij heeft hij zich valselijk voorgedaan en gebruikgemaakt van listige kunstgrepen om het vertrouwen van de benadeelde te winnen en haar tot afgifte van het geld te bewegen.
De rechtbank heeft geoordeeld dat verdachte het vertrouwen op grove wijze heeft beschaamd en de benadeelde ernstige financiële schade heeft toegebracht. Verdachte heeft onvoldoende blijk gegeven van oprecht berouw en heeft puur uit financieel eigenbelang gehandeld. De rechtbank achtte de door de officier van justitie geëiste straf te laag en legde een gevangenisstraf van 15 maanden op, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
De civiele schadevordering van de benadeelde werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het faillissement van verdachte, waardoor de vordering alleen bij de curator kan worden ingediend. Verdachte werd vrijgesproken van de primair ten laste gelegde feiten, maar veroordeeld voor het subsidiair ten laste gelegde feit van verduistering zoals omschreven in artikel 321 Wetboek Pro van Strafrecht.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Almelo op 21 september 2004, waarbij mr. Stoové voorzitter was, met mrs. Bloebaum en Wentink als rechters.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, wegens verduistering van 200.000 gulden.