ECLI:NL:RBALM:2003:AO5846
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.L.J. Koopmans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijk opzegtermijn bij overgang dienstverband tussen Nederlandse en Duitse werkgever
Eiser was van oktober 1996 tot juli 2001 in dienst bij een Nederlandse vennootschap (X BV) en trad vervolgens per augustus 2001 in dienst bij een Duitse vennootschap (X GmbH). De arbeidsovereenkomst met de Duitse werkgever werd per 1 juni 2002 beëindigd, waarbij eiser een schadevergoeding van €11.000 ontving. De uitkeringsinstantie weigerde de WW-uitkering over juni 2002 omdat de schadevergoeding gelijkgesteld werd met loon over een opzegtermijn van twee maanden, conform Duitse wetgeving.
Eiser betwistte dat de dienstverbanden als één aaneengesloten dienstverband moeten worden beschouwd en stelde dat de Nederlandse en Duitse vennootschappen zelfstandige entiteiten zijn. De rechtbank oordeelde dat de vennootschappen inderdaad afzonderlijke rechtspersonen zijn, ondanks overeenkomsten in bestuur en branche. Hierdoor geldt de arbeidsovereenkomst bij de Duitse vennootschap als een nieuw dienstverband met een opzegtermijn van vier weken.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde de verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser. Hiermee werd bevestigd dat de WW-uitkering over juni 2002 terecht werd geweigerd op basis van de geldende Duitse opzegtermijn.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WW-uitkering over juni 2002 wordt vernietigd.