ECLI:NL:RBALM:2003:AI1322
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en vennootschapsaandeel bij echtscheiding
De rechtbank Almelo behandelde een verzoek tot echtscheiding en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen man en vrouw. De man verzocht tevens om een bijdrage in zijn levensonderhoud, welke werd afgewezen omdat hij voldoende inkomen had.
De man stelde vennoot te zijn in een vennootschap onder firma met de vrouw, maar kon dit niet bewijzen met een authentieke of onderhandse akte, waardoor de rechtbank dit bewijsaanbod passeerde. De rechtbank ging ervan uit dat er geen vennootschap onder firma tussen partijen bestond.
De vrouw voerde een onderneming in de vorm van een vennootschap onder firma met haar zoon, waarvan het aandeel niet tot de huwelijksgoederengemeenschap behoort vanwege het afgescheiden vermogen. De rechtbank benoemde een deskundige om de waarde van de onderneming en de woning met bedrijfsgebouwen te bepalen. De woning werd aan de vrouw toegewezen, inclusief de hypotheek, met als peildatum de datum van verdeling.
De rechtbank hield verdere beslissingen aan en gaf partijen de gelegenheid zich uit te laten over de benoeming van deskundigen. De echtscheiding werd uitgesproken en de alimentatieverzoek van de man afgewezen.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, alimentatieverzoek afgewezen, verdere beslissingen aangehouden en deskundige benoemd voor waardebepaling.