ECLI:NL:RBALM:2001:AF0132
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Winkel
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling na overlijden van een echtgenoot in gemeenschap van goederen
In deze zaak behandelde de rechtbank Almelo het verzoek tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een echtgenoot na diens overlijden, terwijl de andere echtgenoot eveneens onder de regeling viel. De echtgenoten waren gehuwd in gemeenschap van goederen en beiden waren onderworpen aan een schuldsaneringsregeling na opheffing van hun faillissementen.
De rechtbank stelde vast dat de wettelijke regeling voor tussentijdse beëindiging van schuldsanering limitatief is opgesomd in artikel 350 lid 3 van Pro de Faillissementswet. Het overlijden van de ene echtgenoot maakt dat diens schuldsaneringsregeling moet worden beëindigd, omdat hij niet langer aan zijn verplichtingen kan voldoen. Dit leidt ertoe dat diens nalatenschap van rechtswege in staat van faillissement verkeert.
Echter, de rechtbank verwierp het verzoek om gelijktijdig de schuldsaneringsregeling van de andere echtgenoot te beëindigen. De Hoge Raad had weliswaar geoordeeld dat afwijzing van een verzoek tot schuldsanering van een echtgenoot in gemeenschap van goederen ook afwijzing van het verzoek van de andere tot gevolg heeft, maar deze regel is niet analoog toepasbaar na het overlijden van een echtgenoot. Het huwelijk eindigt door overlijden en de huwelijksgemeenschap wordt ontbonden, waardoor de regeling van de andere echtgenoot onverminderd kan voortduren.
De rechtbank concludeerde daarom dat het faillissement van de nalatenschap van de overleden echtgenoot niet leidt tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling van de langstlevende echtgenoot. Het verzoek tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling van de langstlevende echtgenoot werd dan ook afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank weigert de beëindiging van de schuldsaneringsregeling van de langstlevende echtgenoot na het overlijden van de andere echtgenoot.