ECLI:NL:RBALM:2001:AB2457
Rechtbank Almelo
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gemeente Wierden mag privaatrechtelijke woonplicht niet opleggen aan koper bouwkavel
De gemeente Wierden verkocht in 1998 een bouwterrein aan de koper met algemene voorwaarden die onder meer voorschreven dat de koper de woning binnen een jaar moest voltooien en deze minimaal drie jaar zelf moest bewonen. Na voltooiing ging de dochter van de koper in de woning wonen, waarna de gemeente een boete van 40.000 gulden oplegde wegens niet-naleving van de bewoningsplicht.
De koper stelde dat de gemeente met deze voorwaarden een privaatrechtelijke woonplicht oplegde die feitelijk neerkwam op een regulering van woonruimteverdeling zonder dat de gemeente een huisvestingsverordening had vastgesteld. Dit zou in strijd zijn met het recht van vrije vestiging en de Huisvestingswet. Ook stelde de koper dat het gebruik door zijn dochter gelijkgesteld moest worden aan eigen bewoning.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente met de voorwaarden inderdaad het terrein van het huisvestingsbeleid betreedt zonder wettelijke grondslag, waardoor het privaatrechtelijke distributiesysteem niet toelaatbaar is. De boete is daarom onterecht. Tevens werd het conservatoir beslag op de onroerende zaken opgeheven en werd de gemeente veroordeeld tot het verrichten van de noodzakelijke handelingen voor doorhaling van het beslag, onder dreiging van een dwangsom.
De vorderingen van de koper werden in voorwaardelijke reconventie toegewezen, terwijl de vordering van de gemeente tot betaling van de boete werd afgewezen. De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de gemeente tot betaling van de boete wordt afgewezen en het conservatoir beslag wordt opgeheven.