ECLI:NL:RBALM:2001:AB2400
Rechtbank Almelo
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na fictieve weigering bouwvergunning
Eiser had een bouwvergunning aangevraagd voor uitbreiding van zijn woning, welke door de gemeente geweigerd werd. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, waarop de gemeente niet tijdig besliste, waardoor sprake was van een fictieve weigering. Eiser stelde beroep in tegen deze fictieve weigering en verzocht om veroordeling van de gemeente in de proceskosten.
De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk gegrond en oordeelde later dat in de eerdere uitspraak was verzuimd te beslissen over de proceskosten. Tijdens de zitting werd vastgesteld dat eiser pas bij het verzet een gemachtigde inschakelde en dat er geen kosten waren gemaakt vanwege een no cure no pay afspraak.
De rechtbank concludeerde dat niet was voldaan aan het vereiste dat kosten gemaakt moesten zijn voor proceskostenvergoeding en wees het verzoek af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen kosten zijn gemaakt en geen beroepsmatige rechtsbijstand is verleend.