ECLI:NL:RBALM:2001:AB1355
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Koopmans
- Rottier
- Lunenborg
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handel en bezit van softdrugs ondanks gedoogbeleid Enschede
De rechtbank Almelo heeft op 17 april 2001 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het bezit en de handel in aanzienlijke hoeveelheden hennep en hashish in de gemeente Enschede gedurende de periode van januari tot november 2000. Verdachte zou op verschillende tijdstippen meer dan 30 gram softdrugs hebben verkocht, afgeleverd en vervoerd, in strijd met de Opiumwet.
Verdachte voerde aan dat het gedoogbeleid van de gemeente Enschede, dat verkoop in coffeeshops onder voorwaarden toestaat, van toepassing zou zijn en dat het openbaar ministerie daarom niet ontvankelijk zou moeten zijn. De rechtbank verwierp dit verweer omdat de onderneming van verdachte als cafébedrijf was ingeschreven en niet als coffeeshop, waardoor het gedoogbeleid niet van toepassing was.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd en oordeelde dat de handel in softdrugs ontmoedigd moet worden door het opleggen van straf. Gezien de persoonlijke omstandigheden van verdachte werd een deel van de straf omgezet in onbetaalde arbeid. Verdachte werd veroordeeld tot 140 uur onbetaalde arbeid en een gevangenisstraf van 2 maanden, waarvan de uitvoering werd geschorst onder een proeftijd van twee jaar.
De rechtbank benadrukte dat het strafrechtelijk beleid in lijn is met landelijke richtlijnen en dat het openbaar ministerie terecht is opgetreden. Tevens werd een inbeslaggenomen fles met vloeistof en tabletten onttrokken aan het verkeer en het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 140 uur onbetaalde arbeid en 2 maanden gevangenisstraf, waarvan uitvoering geschorst onder proeftijd.