ECLI:NL:RBALM:2000:AA6934
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.G.J. Roelvink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op bijzondere bijstand voor kosten curatorschap wegens te late aanvraag
Eiser, curator van een meerderjarige onder curatele gestelde persoon, verzocht om bijzondere bijstand voor de kosten van curatorschap over de periode van december 1997 tot en met december 1998. De gemeente wees dit verzoek af omdat de aanvraag te laat was ingediend, er sprake was van een voorliggende voorziening en de kosten niet noodzakelijk werden geacht.
Eiser maakte bezwaar en voerde aan dat bijzondere bijstand met terugwerkende kracht moet worden toegekend vanwege bijzondere omstandigheden, zoals het niet vooraf kunnen inschatten van de kosten en het ontbreken van kennis over de aanvraagtermijn. Tevens stelde hij dat andere gemeenten wel terugwerkende kracht verleenden, waardoor hij vertrouwen had dat dit ook mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat vaste rechtspraak geen bijstand verleent over perioden voorafgaand aan de datum van aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Onbekendheid met regelgeving en het gedrag van andere gemeenten vormen geen voldoende grond. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen.
Daarom bleef het bestreden besluit in stand en werd het beroep ongegrond verklaard. Het oordeel over de noodzakelijkheid van de kosten werd niet aan de orde gesteld. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor kosten van curatorschap wordt ongegrond verklaard vanwege te late aanvraag en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.