ECLI:NL:RBALM:1999:AF0116

Rechtbank Almelo

Datum uitspraak
22 december 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
35174 FT RK 99-719
Instantie
Rechtbank Almelo
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.R. van der Winkel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw

Verzoekster, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen met haar echtgenoot, heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 15 december 1999.

De echtgenoot van verzoekster is in 1997 veroordeeld tot een gevangenisstraf en een ontnemingsvordering, met een bevestiging in hoger beroep en een lopende cassatieprocedure. Tevens is hij in voorlopige hechtenis gesteld op verdenking van diefstal. Verzoekster verklaarde dat haar echtgenoot een heroïneverslaving had, maar al geruime tijd niet gebruikte, behalve een terugval in 1997 die heeft geleid tot het ontstaan van schulden.

De rechtbank stelt vast dat verzoekster en haar echtgenoot niet te goeder trouw zijn geweest ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van de schulden. De schulden zijn recent ontstaan, wat in het kader van de wettelijke schuldsaneringsregeling zwaarwegend is. Daarom wijst de rechtbank het verzoek af.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Almelo op 22 december 1999, in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw.

Uitspraak

De arrondissementsrechtbank te Almelo,
enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken
X.,
geboren op ...,
wonende te P.,
verzoekster,
heeft een verzoekschrift ingediend de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit te spreken.
Het verzoek is behandeld op de terechtzitting van 15 december 1999, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.
de beoordeling:
De rechtbank is van oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen. Hiertoe overweegt de rechtbank liet volgende:
Verzoekster is met Y. in algehele gemeenschap van goederen gehuwd.
Op 25 november 1997 is Y. door de rechtbank veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden en een ontnemingsvordering van f.10.000,00, te vervangen door 90 dagen hechtenis. In hoger beroep is dit vonnis bekrachtigd. Y. heeft daartegen cassatie ingesteld, waarop nog niet is beslist.
Momenteel is Y. in voorlopige hechtenis gesteld op verdenking van diefstal.
Ter zitting heeft verzoekster verklaard dat haar echtgenoot aan de heroïne verslaafd is geweest, maar a1 lang niet meer gebruikt. Alleen heeft hij in 1997 een terugval gehad. Daardoor zijn toen ook de schulden ontstaan.
Op grond van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht stelt de rechtbank vast dat het aannemelijk is dat verzoekster erg haar echtgenoot ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van schulden niet te goeder trouw zijn geweest. Bovendien zijn de schulden in een vrij recent verleden ontstaan, zodat aan dat feit in het kader van de wettelijke schuldsaneringsregeling niet voorbij kan worden gegaan.
De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen.
de beslissing:
Wijst het verzoek af;
Gewezen door mr. A.R. van der Winkel, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 22 december 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.